Hoe kan je je kind helpen om zijn zelfvertrouwen te versterken?

Kinderen zijn al op jonge leeftijd bezig om een beeld te vormen van zichzelf en de wereld om hen heen. Zij zijn goede observeerders, maar nog niet altijd even goed in het interpreteren van wat ze zien en meemaken. Zo ontwikkelen ze, vaak onbewust, overtuigingen over zichzelf. Overtuigingen die uiteindelijk invloed hebben op hun zelfvertrouwen.

Er zijn kinderen die van nature veel vertrouwen in zichzelf lijken te hebben. Andere kinderen zijn juist snel onzeker of twijfelen vaak aan zichzelf. Als ouder heb je veel invloed op de manier waarop je kinder naar zichzelf leert kijken.

Maar hoe begeleid je je kind hierin? En wat kun je doen om het zelfvertrouwen van je kind te versterken?

 

Wat is zelfvertrouwen eigenlijk?

In eerste instantie denken veel mensen bij zelfvertrouwen aan je goed voelen over jezelf of trots zijn op wie je bent. Maar als we er wat langer over nadenken, roept dat ook vragen op. Want als iemand zich niet goed voelt over zichzelf, betekent dat dan automatisch dat die persoon weinig zelfvertrouwen heeft?

En hoe zit het met een kind dat verdrietig is, teleurgesteld is in zichzelf of baalt omdat iets niet lukt? Ook een kind dat zich op zo’n moment helemaal niet goed voelt, kan zelfvertrouwen hebben.

Zelfvertrouwen gaat daarom wat mij betreft niet zozeer over je altijd goed voelen over jezelf, maar veel meer tevreden kunnen zijn met wie je bent, mét je blije en minder blije emoties en mét je sterke en minder sterke kanten.

Een kind met zelfvertrouwen weet als het ware: ik ben oké zoals ik ben. Ik hoef niet perfect te zijn. Ik mag fouten maken en moeilijke gevoelens hebben. En ik vertrouw erop dat ik hiermee om kan gaan.

 

Vier bouwstenen voor zelfvertrouwen

Om zich emotioneel veilig te voelen hebben kinderen vier essentiële C’s nodig (B.L. Bettner en A. Lew, gebaseerd op het werk van Adler en Dreikurs). Wanneer één of meerdere van deze basisbehoeften onvoldoende worden vervuld, kan een kind ontmoedigd raken. Dat kan zich uiten in lastig gedrag. Niet omdat een kind ‘stout’ is, maar omdat het ontmoedigd is en ergens het gevoel heeft gekregen: ik hoor er niet bij, ik kan het niet, ik ben niet belangrijk of ik kan het niet aan.

Deze vier basisbehoeftes zijn:

1.        Connectie: ‘ik hoor erbij’

Een kind heeft het gevoel nodig dat het erbij hoort en een waardevol onderdeel van het gezin is.

Wat kunnen ouders doen?
Je kind laten voelen dat je onvoorwaardelijk van hem of haar houdt, dat je kind welkom is en dat het een belangrijk onderdeel van het gezin is

Heel praktisch betekent dit bijvoorbeeld:

  • regelmatig 1:1 tijd met je kind doorbrengen;

  • je liefde uitspreken;

  • knuffels geven;

  • interesse tonen in wat je kind bezighoudt.

2.        Capabel: ‘ik kan het’

Kinderen hebben behoefte aan het gevoel dat ze dingen zelf kunnen. Dat ze invloed hebben en dat hun ouders vertrouwen in hen hebben.

Wat kunnen ouders doen?
Je kind de ruimte geven om zelf dingen op te pakken en niet meteen overnemen wanneer iets moeilijk wordt.

Heel praktisch betekent dit bijvoorbeeld:

  • je kind zelf dingen laten doen;

  • keuzes geven die passen bij de leeftijd;

  • vertrouwen uitspreken;

  • niet onnodig helpen of ‘redden’.

Wanneer je steeds voor je kind oplost wat het zelf zou kunnen proberen, is de boodschap misschien goed bedoeld, maar kan je kind onbewust leren: mama of papa denkt blijkbaar dat ik dit niet kan.

3.        Count: ‘ik ben van betekenis’

Een kind wil niet alleen ergens bij horen, maar ook ervaren dat het ertoe doet. Ik kan iets bijdragen. Mijn aanwezigheid maakt verschil.

Wat kunnen ouders doen?
Je kind het gevoel geven dat het een waardevolle bijdrage kan leveren aan het gezin.

Heel praktisch betekent dit bijvoorbeeld:

  • je kind taakjes geven;

  • om hulp vragen;

  • samen oplossingen zoeken voor een probleem;

  • je waardering uitspreken voor de bijdrage van je kind.

Bijvoorbeeld: “Wil jij me helpen de tafel te dekken? Dan zijn we sneller klaar en kunnen we daarna samen eten.”

4.         Courage: ‘ik kan het aan’

Kinderen hebben moed nodig om nieuwe dingen te proberen, fouten te maken, teleurstelling te ervaren en het daarna opnieuw te proberen.

Wat kunnen ouders doen?
Je kind bemoedigen om uitdagingen aan te gaan zonder het resultaat centraal te stellen.

Heel praktisch betekent dit bijvoorbeeld:

  • uitdagingen aanbieden die passen bij de leeftijd van je kind;

  • vertrouwen uitspreken;

  • fouten zien als kansen om van te leren;

  • aandacht richten op de inzet van een kind en op het proces ipv op het resultaat.

Uiteindelijk krijgen kinderen die deze vier basisbehoeften voldoende ervaren, meer ruimte om te groeien in zelfvertrouwen. Zij zullen zich vaker competenter voelen, eerder bereid zijn om mee te werken en meer veerkracht ontwikkelen.

 

Hoe ga je om met een kind dat onzekerheid toont?

Natuurlijk heb je als ouder de neiging om te zeggen ‘Dat klopt niet!’ wanneer je kind zegt:  ‘Ik ben stom.’ Toch is dat niet altijd helpend.

Door direct tegen je kind in te gaan, geef je eigenlijk de boodschap dat wat je kind voelt niet klopt. En zelfvertrouwen gaat juist ook over het ontwikkelen van het vertrouwen dat je kunt luisteren naar jezelf en kunt omgaan met wat je ervaart.

Dat betekent niet dat je het eens hoeft te zijn met de gedachte ‘ik ben stom’. Je kunt wél erkenning geven aan het gevoel dat eronder ligt.

Bijvoorbeeld:

‘Je voelt je echt stom nu, hè? Volgens mij baal je enorm dat het niet lukte.’ Je hoeft het gevoel niet weg te praten of meteen op te lossen. Door er even bij te blijven, leert je kind: mijn gevoelens mogen er zijn en ik hoef ze niet te verbergen. Ook als ik met verdrietig, boos, onzeker of teleurgesteld voel, ben ik nog steeds oké.

Zo geef je je kind de ruimte om zichzelf te zijn, ook wanneer het emoties ervaart die misschien moeilijk of heftig zijn.

Vervolgens kun je nieuwsgierig worden naar wat er is gebeurd en wat je kind nodig heeft: ‘Wat maakte dat je je zo voelde?’ of ‘Wat zou je de volgende keer kunnen helpen?’ Zo verschuift de aandacht van ‘Ben ik wel of niet stom?’ naar ‘Wat gebeurt er met mij en wat kan ik hiermee?’

Juist dat is een belangrijke basis voor zelfvertrouwen.

Zelfvertrouwen betekent niet dat je ervan overtuigd bent dat je alles kunt of dat het altijd goed zal gaan. Het betekent dat je erop vertrouwt dat je jezelf kunt helpen wanneer iets moeilijk is. Dat je fouten mag maken. Dat je teleurgesteld mag zijn. En dat je niet minder waard bent wanneer iets niet lukt.

 

Groeit het zelfvertrouwen door complimenten te geven?

We hebben vaak het idee dat een kind meer zelfvertrouwen krijgt als we het veel complimenten geven. En toch ligt het net iets anders.

Complimenten als ‘Ik ben trots op je’, ‘Je hebt het goed gedaan’ of ‘Wat ben je toch slim’ kunnen ervoor zorgen dat een kind steeds meer afhankelijk wordt van externe goedkeuring. In Positive Discipline noemen we dit loven en prijzen.

Om het zelfvertrouwen van kinderen te versterken, hebben kinderen vooral bemoediging nodig. Bemoediging helpt kinderen om uiteindelijk een vorm van interne goedkeuring te ontwikkelen; ik ben tevreden over mezelf, ik weet wat ik kan en ik zie zelf wat ik heb bereikt.

Het verschil zit vaak in waar je de aandacht op richt.

Dus niet: ‘Wat heb je een mooie tekening gemaakt!’

Maar bijvoorbeeld: ‘Jij hebt veel kleuren gebruikt bij jouw tekening! Vertel eens iets over je tekening.

In het eerste voorbeeld geef jij een oordeel over het resultaat. In het tweede voorbeeld help je je kind zelf te kijken naar wat het heeft gedaan en er betekenis aan te geven.

Op die manier verplaatst de aandacht zich van ‘Mama/papa vindt dat ik het goed heb gedaan’ naar ‘Ik weet zelf wat ik heb gedaan en waar ik trots op ben.’

Natuurlijk zijn externe complimenten ook fijn om te krijgen. Een compliment kan heerlijk zijn om te horen en er is niets mis mee om af en toe te zeggen dat je trots bent op je kind.  Maar zoals we bij Positive Discipline zeggen: het is een beetje zoals met snoep, af en toe is het heerlijk, maar je wilt er niet afhankelijk van worden.

Uiteindelijk heeft een kind iedere dag bemoediging nodig om zijn zelfvertrouwen te laten groeien.

 

Wil je een lijstje met voorbeeldzinnen van de externe complimenten en hoe je deze kunt omzetten naar intern gerichte bemoediging? Mail mij dan even op valerie@theparentalcoach.com